donderdag 24 november 2016

De mannen aan zee




Ik loop naar het havenhoofd. Het regent en het is koud. 
Toch wil ik daarheen. Midden op zee.
 

Voel me sterk. Voel me kwetsbaar.

Ik kom tot rust zodra ik de pier op wandel. Hoor de zee en kalmte daalt op mij neer. 

Genoeg te doen, maar nu even niet, goed om alles te voelen.

Als er wordt geschud aan mijn fundament. En mijn heilig been is rechtgezet. 

Oude pijn en woedend verdriet als iets van vroeger.

Ik loop de vissers tegemoet. Met stoere pakken, wind en waterdicht. 

Achter het rode sein is het uit de wind. Het staat er vol met bakjes met pieren.

'Ik kom even uit de wind staan hoor!' zeg ik. 'Je doet maar' zegt de visser.

Hij maakt een plekje vrij 'hier, kun je zitten'. 

Ik ben verrast maar zie natuurlijk iets viezigs en wijs 'dat is vies! Daar kan ik niet zitten'. 
'Het is Waáter!' roept hij, maar ik zie wat onduidelijke stukjes pier'.

Verontwaardiging alom. 'Dan blijf je toch staan!' maar ik heb gelukkig een doek bij me (van de behandeling bij meneer de Haas) 'kijk! Zeg ik 'kijk eens wat ik heb!' en voeg er nog aan toe 'ik heb mijn zakenkleding aan, die mag niet vies worden'. 'Dat dachten we al, die heeft een veels te hoge baan, veel te belangrijk voor ons'.

Nu ben ik verontwaardigd en ga zitten. Kletsen.

Wat voor werk ik doe. Over de samenleving mooi maken. Over door Nederland reizen. Een andere man werkt niet. Pijpfitter met zijn hand in het verband. Hij had met zijn hand tegen een betonnen muur aangeslagen biechtte hij op. 'Ik ben echt niet trots of zo' zei hij. Maar ik wel, dat hij dat zei en glimlachte. 'Tegen een betonnen muur'. 'Ja, tegen een betonnen muur'.

Maar hij kon nu wel lekker vissen zei de ander. Ik vroeg of hij gisteren zo had genoten van de rode zonsondergang, maar hij zei geen interesse meer te hebben in zonsondergangen, dat hij alleen nog maar viste op woensdag.

Of ik vrij was.
Nee, ik ging zo iets verzinnen.
Had gisteren een afspraak hier, bleef logeren en wilde nu naar zee.

'En je man maar wachten thuis'
'Ik heb geen man'
Het viel stil en ik keek hem glimlachend aan, 'Nee, echt niet', zijn ogen glinsterden 

'Je bent veel te hoog opgeleid, ze motten je niet!' We lachten. 'Ze willen jonge meisjes zei ik, die gewoon luisteren'.

'Hahaha!' zei de man. 'Wat moet ík nou met een jong meisje! Ik heb de mijne er 30 jaar geleden uitgeschopt en nu mag er alleen nog een héle goede komen. Een hele goede', 'de beste' zei ik. Ja, de beste.

De mannen visten.
Ik keek om mij heen.
En ik kreeg ook nog een vis.

Van de jongen met zijn hand in het gips. Hij stond opeens voor me, een sliptong in zijn goede hand 'hier, mag je meenemen, voor thuis' ... ik keek super verbaasd op 'oh!! Dat vind ik super lief van je maar ik moet nog helemaal naar Arnhem met de trein en ik heb werkelijk geen idee hoe ik dat mee moet nemen'.

Hij gooide de vis terug in het bakje. De andere man vond het maar raar 'geeft ie zomaar een vís weg'

Het leven aan zee.

maandag 28 maart 2016

Over het goede doen


Ik houd van papier. Van knisperend papier en zacht handgeschept papier. Ik houd van mijn kroontjespen en schrijf er brieven mee. Ik kreeg mijn bestelling binnen, zo ongelofelijk mooi dat ik het postte het online. Natuurlijk ook in mijn belang, deze collecties verdwijnen langzaam uit beeld .... Liefhebbers reageerden natuurlijk, waaronder een vriend van toen ik klein was.

Hij refereerde opeens aan mijn vader, die ook zo hield van oude techniek. Wauw! Ik besloot mijn vader een brief te schrijven. Hij leeft al lang niet meer, maar soms is het goed om je vader te eren. Ik vertelde hem hoe blij ik was met alle talenten die ik had gekregen. Ik benoemde ze ook.

Tijdens het schrijven viel me iets in dat ik eens had gelezen; sommige mensen schrijven brieven aan God en de post stuurt ze dan naar de klaagmuur in Jeruzalem (!!!) Húh.... Huh, Heej! Er bestaat dus echt een procedure voor, en mensen sturen brieven naar God..... Toch eens leuk om te proberen, dacht ik, want ..... wat doe je eigenlijk met post naar iemand die overleden is?

Het leek me geen goed idee het naar Jeruzalem te sturen, dan komt mijn brief terecht in een oorlogsgebied met onrust. Ik koos voor de Sint Jan in 's-Hertogenbosch, mijn ouders zijn hier getrouwd en het is toch een soort een dependance van God. Daar weten ze vast hoe ze met zo'n brief moeten omgaan.

(wist je trouwens dat er op de Sint Jan een beeld is van een Engel met een mobiele telefoon en dat je haar ook écht kunt bellen? ......  )

De volgende dag besloot ik naar Montferland te reizen, terug naar mijn roots. In dat bos staan twee bomen met elkaar vergroeid, een Beuk en een Berk. Ze zijn vereeuwigd op mijn geboortekaartje in tekening van mijn moeder. 'Laat de winden des hemels tussen ons dansen en de nieuwe loot zichzelf kunnen worden'. Soms bezoek ik ze.

De bomen stonden er mooi, maar nog kaal bij. Ik brak een stukje bast af en nam een takje mee voor thuis. Later zei een vriendin dat onder Berk en Beuk niets groeit omdat zij de ruimte zelf nodig hebben. Zo ook ik. En dus lossss van deze bomen. Deze beweging ligt ook besloten in de wens bij mijn geboorte, laat de winden des hemels tússen ons dansen.

In mijn brief had ik papa bedankt dat hij mij het leven heeft gegeven en gememoreerd dat het toch best lastig is om alle talenten van hem en van mama te verenigen. Zij scheidden toen ik vier jaar was, onvermogend om elkaar groot te maken. Aan mij om deze twee uitersten te ontdekken in mijzelf en in harmonie te laten floreren. Een hele klus was het. Gelukt!!

Ik liep verder naar het landgoed op de berg midden in het bos. Het hotel op de berg waar mijn oma opgroeide lag er kaal bij. Alle bómen omgehakt!! Naakt. Zichtbaar. Aantoonbaar. Ik dronk wijn en keek naar de regenboog. Melancholisch en helder tegelijk. Rustig en ik dacht aan niets.

Ik rekende af en liep nog even naar het terras, op grote hoogte, in blakende zon én wind, en besloot nog een drankje te doen. Dik ingepakt in de eerste lentezon met mijn glaasje in mijn hand (op advies van de ober, 'anders waait het om!') ontmoette ik twee mensen op het verder lege terras.

We praatten over de bomen die weg waren en het herstel in oorspronkelijke staat (lage begroeiing) en over dat mijn oma hier was opgegroeid. Ik ben er een van Bongers. 'Oh', zei de man, 'maar ik kénde er eentje, daar heb ik zaken mee gedaan' en dat bleek mijn vader. Zó gaaf. Zó bijzonder. Hij wist van álles!

We hadden een heel genoeglijk samenzijn, in die eerste lentezon. Voor mij was alles opeens rond. Ik vertelde hen over mijn brief, het eerbetoon aan mijn vader dat ik gisteren had gemaakt en mijn plannen het te posten aan God. Zo'n vondst ook, zo grappig, vonden zij ook. Raar.

Ja, heel raar. Zeker als je niet persé in God gelooft, maar wel het goede doet.


ps. Ik heb de brief echt op de post gedaan, en er tóch nog even een retour adres aan toegevoegd. Voor als de post onbestelbaar blijkt (of in een oorlogsgebied verdwaald) of ... als God wil antwoorden natuurlijk. Dat is altijd een optie. Zo magisch als vandaag was ........ dan is alles mogelijk.